Advent

Advent; lichtjes in huis, paarse linten, een adventskalender, de geur van dennengroen en kaarsen, de feesten en gedachtenissen van Sint Nicolaas, Sint Lucia en de onbevlekte ontvangenis van Maria, uitzien naar de geboorte van Christus, en naar zijn wederkomst aan het einde der tijden. Samen kaarsen en kerstversiering knutselen, en het grote wonder overwegen van een oneindig grote God die mens werd en als een kleine baby op de aarde kwam. Een onvoorstelbaar wonder!

In de advent horen we elk jaar opnieuw de stem van de profeten die de komst van de Messias hebben voorspeld en luisteren we naar het verhaal van de engel Gabriël, door God gezonden naar een maagd in Nazareth om haar te zeggen dat God haar had uitverkozen om de moeder te worden van zijn Zoon. We denken aan Maria, aan haar ja-woord, haar totale overgave aan Gods wil zonder te begrijpen wat dat nu precies betekende. We denken aan ons eigen leven, wat dit alles voor ons betekent. We zingen met haar het Magnificat, omdat ook in ons leven God grote dingen heeft gedaan.
We denken aan onze gebreken en tekortkomingen en we weten dat we ons in vertrouwen op Gods barmhartigheid en in dankbaarheid om zijn goedheid mogen voorbereiden op het grote feest van zijn komst op aarde in de eenvoud van een arme stal.

Als in de natuur de dagen korter worden en de duisternis het lijkt te winnen van het licht, begint bij ons het nieuwe kerkelijke jaar op de eerste zondag van de advent. Een tijd om verlangend uit te zien naar de geboorte van Christus, het Ware Licht. Het is een tijd van van verwachting, bekering en hoop:
Verwachting van en herinnering aan de eerste, nederige komst van de Heiland in ons sterfelijke vlees. Maar ook een smeekbede vol verwachting voor de laatste glorievolle komst van Christus, Heer van de geschiedenis en universeel Rechter.
Bekering, waartoe de liturgie van deze tijd oproept met de stem van de profeten en vooral van Johannes de Doper: “Bekeert u, want het Rijk der hemelen is nabij” (Mat. 3,2).
Vreugdevolle hoop dat het heil − dat door Christus reeds tot stand is gebracht (Rom. 8, 24-25) − en de reële uitwerkingen van de genade, die reeds in de wereld aanwezig zijn, tot rijping en volheid zullen komen. Hierdoor zal de belofte overgaan in bezit, het geloof in zien en “zullen wij Hem zien zoals Hij is” (1 Joh. 3, 2).
De advent nodigt ons uit om te leven in de verwachting van Christus’ komst met kerstmis, en zijn uiteindelijke terugkomst aan het einde der tijden, waar wij met een hoopvol hart naar op weg zijn in onze pelgrimstocht op aarde. We mogen ons steeds weer bewust worden van de belofte die Hij ons heeft gedaan: dat Hij een plaats voor ons bereidt in het Vaderhuis.

Fra_Angelico_049

De aankondiging. Fra Angelico

Veni Emmanuel!